Leidse statushouders wacht nog zware opgaven

Inburgeren én zelf je kost verdienen dat verwacht de Nederlandse maatschappij van erkende vluchtelingen. Er wonen ca. 300 statushouders in Leiden die een bijstandsuitkering ontvangen en zich verplicht hebben binnen 3 jaar behoorlijk Nederlands te spreken én werk te vinden. Mevrouw Jos Valk leidt het gemeentelijk project dat vorig jaar startte om de statushouders naar economisch onafhankelijkheid te begeleiden. ‘Dat gaat niet iedereen lukken’, erkent zij.

In 2013 werd een inburgeringswet ingevoerd die bepaalt dat erkende vluchtelingen binnen drie jaar  voor een inburgeringsexamen moeten slagen. Volgens recente landelijke cijfers zijn er nu ca. 400 statushouders geslaagd en 300 statushouders na 4 pogingen gezakt. Het aantal erkende vluchtelingen dat nu drie jaar in Nederland woont (en nooit examen deed) beloopt in vele duizenden.

Geen vetpot

Op enkele tientallen uitzonderingen na, ontvangen alle Leidse statushouders een uitkering. Die bedraagt voor een  alleenstaande ca. € 750 per maand en een gezin ongeveer het dubbele. Echt geen vetpot dus. De helft van de Leidse statushouders vluchtte voor oorlogsgeweld uit Syrië, een kwart uit Eritrea, de overige vluchtelingen komen uit andere Afrikaanse landen. Onder hen hooggeschoolde – en statushouders met nauwelijks enige opleiding. Voor hen allen geldt dat hun studie en ervaring niet is afgestemd op de Nederlandse samenleving.

Statushouders moeten binnen  3 jaar het inburgeringsexamen te halen. De inburgeringscursus wordt gegeven door (particuliere) onderwijsinstituten. De kosten bedragen ca. € 1.250 per kwartaal (kleine klassen, drie ochtenden of middagen per week). De statushouder kan hiervoor een lening afsluiten van maximaal € 10.000.  Die lening wordt hen kwijtgescholden bij behalen van het diploma. Op het niet-behalen van een inburgeringdiploma staat een sanctie van 10% korting op de uitkering en hun (voorlopige) verblijfsvergunning wordt niet omgezet in een permanente vergunning. Onder bijzonder omstandigheden kan ontheffing worden verleend.

‘De Nederlandse taal leren is topsport’, zegt Valk. ‘Niet alle statushouders zijn in staat het inburgeringsdiploma te halen’, voegt zij eraan toe. Ook vluchtelingen aan werk helpen, blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Volgens Valk hebben enkele tientallen Leidse statushouders (deeltijd)werk. Landelijk cijfers melden dat na één jaar 8 procent van de statushouders succesvol naar betaald (deeltijd)werk begeleid werd.

Valk is projectleider van het gemeentelijke integratieprogramma. In 4 periodes van 24 weken en 24 uur per week, moeten de nieuwkomers zich hiermee een volwaardige plaats in de samenleving verwerven. In een plechtige bijeenkomst in het stadhuis ondertekenen zij de z.g. participatieverklaring. Hun opleidingstraject bestaat o.a. uit contacten met hun klantmanager, hun gesprekspartner over de uitkering; contacten met Vluchtelingenwerk en aansporingen tot vitaliteit ter stimulering van gezond bewegen etc. etc..  Alle Leidse statushouders kregen een mentor toegewezen. Dit is een Leidse vrijwilliger, type goeie buurman, die hen met raad en daad bijstaat. De ene mentor ziet ‘zijn protegé’ eens in de 14 dagen voor een goed gesprek op een terras. De andere mentor wordt bij zijn huisbezoek gevraagd of hij weet hoe je de gootsteenafvoer ontstopt.

Leren of werken

Oriëntatie op werk staat na 9 maanden op het Leidse integratieprogramma. Of eerst de taal geleerd moet  worden óf meteen werk zoeken, over deze priotiteit verschillen Nederlandse gemeenten van mening. Volgens onderzoek van ‘Kennisplatform Integratie en Samenleving’, waaraan 256 gemeenten (waaronder Leiden) deel namen, kiest ene helft van de gemeenten voor eerst leren en de andere helft voor meteen werken. Met afwassen in een keuken of een magazijnwerk leert men ook de Nederlands en je verwerft een (deel) inkomen, is het pleidooi voor het laatste. Daar staat tegenover dat minder tijd voor talenstudie overblijft. Een integratieprogramma met eerst veel onderwijs, sluit aan bij de capaciteiten van hoger geschoolde statushouders, eerst een baantje, beklijft beter bij lager opgeleiden, blijkt uit onderzoek.

Share this...
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someonePrint this page

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *