Sociaal werkster Karin Verheij komt even bij haar waakvlam cliënt Janssen aanwippen

De huishoudelijke hulp die een oogje in het zeil houdt

Mevrouw An Janssen (80) uit de Stevenshof kreeg ruim 8 jaar geleden huishoudelijke hulp op indicatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Mevrouw is astmatisch en lijdt aan bot artrose. Thuis verplaatst ze zich voetje voor voetje met hulp van haar rollator en naar boven met de traplift. Ze is blijmoedig in haar steeds kleiner wordende wereldje waarin zij wél de regie behoudt.

Vandaag is de sociaal werkster van het wijkteam Stevenshof op bezoek. “Even aanwippen bij mijn ‘spaarbrander’ cliënt”. Zonder zich er bewust van te zijn was Janssen getuige van het grillig Leids Wmo-beleid bij toewijzing van huishoudelijke hulp.  Slachtoffer voelt zij zich niet, zij hield haar vaste hulpen.

De Wmo werd in 2007 ingevoerd, het zogenaamde ‘compensatiebeginsel’ stond daarin centraal. Daarmee verplicht de gemeente lichamelijke – en geestelijke beperking van haar inwoners door zorg en dienstverlening te compenseren. De eigen bijdrage is inkomens afhankelijk . De Wmo werd, evenals haar wettelijke voorganger de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), aanvankelijk ruimhartig uitgevoerd. Het leek soms alsof de ambtenaar zijn zorgwaren kwam slijten. “Heeft u wel tijd en energie om wekelijks gezellig met uw man te winkelen?”. “Als u dat wilt, kunt huishoudelijke hulp krijgen”. Kost traplopen u moeite? Durft u nog te fietsen? De huishoudelijke hulp die kwam, hield meteen een oogje in het zeil bij de cliënt.

Eigen kracht

Er heerste soms ook een ongezonde claimcultuur. Mijn buurvrouw heeft een scootmobiel, mag ik die ook? De Wmo was een doorslaand succes maar terugkijkend, sloeg het soms door en de kosten rezen de pan uit. In 2015 veranderde de  Wmo, het compensatie beginsel werd begrensd. Wat kunt u nog zélf doen, uw partner, familie of buren misschien, werd bij de intake gevraagd? Het principe ‘eigen kracht’ deed z’n  intrede.

Toen met de invoering  van de Wmo 2007 de huishoudelijke zorg onder de regie van gemeenten kwam, moesten zij deze zorg aanbesteden. In aanbesteden van bestrating en bouwwerken hebben we genoeg ervaring, dacht de gemeente. Maar aanbesteden, onderhandelen over prijs en kwaliteit met thuiszorg en schoonmaakbedrijven bleek andere koek. Het Leidens stadsbestuur, bevreesd voor stijgende kosten, sloot zich aan bij een ‘zorgveiling’ waar op prijs geconcurreerd werd. Onervaren krachten die werkten onder het CAO loon werden ingezet, de kwaliteit van dienstverlening werd uit het oog verloren.

Mevrouw Janssen kreeg aanvankelijk 3 uur per week huishoudelijke hulp, toen haar conditie verslechterde werd dit 4 ½ . In 2015 werd dit uren tal opeens teruggeschroefd, naar 3 . Echter zonder grondig individueel onderzoek. Dit schattingsgemak werd door een landelijke gerechtelijke uitspraak vernietigd. Weer 4 ½ uur hulp.

Per 1 januari verandert de inkomens afhankelijke eigen bijdrage voor de Wmo  opnieuw. Voor iedere Wmo gebruiker een maximum abonnementstarief van € 17.50  per 4 weken. In Leiden hebben 2.200 inwoners  huishoudelijke hulp van de Wmo.

Deze publicatie is mogelijk gemaakt door subsidie van het Leids Media Fonds. Volgende week een artikel over woningaanpassing in de Wmo.

Share this...
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someonePrint this page

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *