Jan Segrijn (94) ik bén de mantelzorger

Je kiest niet voor mantelzorger, het overkomt je

Ik kom voor ‘t gesprek met de mantelzorger, meneer. “Ik bén de mantelzorger”, antwoordt Jan Segrijn (94) staande in de deuropeningen van zijn huis in de Leidse binnenstad. “Jaren voor haar overlijden, zorgde hij voor mijn vrouw en nu is hij mantelzorger voor zijn dochter (68). Mantelzorger daar kies je niet voor, het overkomt je””, zegt hij.

Segrijn was boekbinder en werkte bij het gemeente archief, nu Erfgoed Leiden en omstreken. In het gesprek moet hij soms naar woorden zoeken en praat hij met een sleep. Vergeetachtig? “Nee, een overblijfsel van afasie, een bloedpropje ontregelde mijn spraakorgaan”. “Maar verder mankeer ik niet veel”. En of hij zijn vitaliteit wil tonen, veert hij op van zijn lage fauteuil om familie foto’s te tonen op zijn laptop.

Segrijn is sinds 2012 weduwnaar de jaren daaraan voorafgaand verzorgde hij zijn vrouw en deed het huishouden. Sinds een paar jaar is hij weer mantelzorger, nu voor zijn dochter die als gevolg van een herseninfarct, half verlamd is. Zij woont in Montfoort en Segrijn bezoekt haar elk weekend om de zorg van de thuiszorg over te nemen.

In ons land is 1 op de 3 Nederlanders mantelzorger, voor Leiden zijn dat ca. 40.000 mensen. Volgens de definitie ben je mantelzorger als je langer dan 3 maanden per jaar minimaal 8 uur per week zorg verleent. Deze informele zorg, verleend door miljoenen mensen, is van onschatbare maatschappelijke waarde. Zonder mantelzorgers en zorgvrijwilligers zou het Nederlandse zorgsysteem als een kaartenhuis in elkaar storten. Maar krijgen mantelzorgers de bijbehorende erkenning?  “Persoonlijke waardering wel”, vindt Segrijn.

Netwerk uitgeput

De laatste jaren is de zorgvraag, mede omdat ouderen langer thuis moeten blijven wonen, sterk toegenomen. De partner en de (schoon) dochter/zoon zijn nog steeds de klassieke mantelzorgers. Het sociaal vangnet, het netwerk van buren, vrienden en andere vrijwilligers, een categorie waar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) hoge verwachtingen van had, blijken in de praktijk alleen bereid incidenteel hulp te verlenen. De steeds ingewikkelder wet – en regelgeving, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet geven mantelzorgers die met de administratie belast zijn, grote hoofdbrekens.

De professionele ondersteuningsorganisatie, het expertisebureau mantelzorg EVA biedt informatie/advies en mantelzorgondersteuning voor Leiden en in de regio. Leidse Mantelzorgers komen jaarlijkse in aanmerking voor het mantelzorg compliment, een VVV-bon van € 50  en mogelijk parkeervergunningen. Met respijtzorg, het tijdelijk bieden van intramurale verzorging, kan de mantelzorger een weekje van zijn taak ontlast worden. Van deze mogelijkheid wordt echter nog spaarzaam gebruikt gemaakt. De gemeente vindt registratie en dienstverlening (te) ingewikkeld.

Hulp en bijstand voor mantelzorg geregeld via de 7 Sociale Wijkteams (SWT’s) verspreid over de stad. De belangenbehartiging van mantelzorgers is in handen van de Leidse Vereniging van Mantelzorgers (LVvM). Jan Segijn slaat geen vergadering van hen over, informatiebijeenkomsten, lotgenoten contacten, stadswandelingen en uitjes. “Ik ben er altijd bij”, zegt hij. Mijn sociaal netwerk wordt steeds kleiner, ik overleefd iedereen. Gelukkig heb ik veel contact met kinderen en (achter) klein kinderen.”

Share this...
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someonePrint this page

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *