De gerenoveerde panden Lokhorststraat 18, 20 en 22

De Lokhorstpanden een succesvol burgerijprotest uit 1967

Sommige protesten hebben succes, andere niet. Als je de politiek wilt overtuigen, is een belangrijke vraag of je verhaal aansluit bij de tijdgeest. Zelfs bijna unaniem genomen besluiten kunnen dan worden teruggedraaid. Dat is de conclusie van een artikel in het Leids Jaarboekje 2019. Het boekje, een boek van meer dan 200 pagina’s, werd op 2 november gepresenteerd bij de viering van de verjaardag van de Historische Vereniging Oud Leiden.

Laurens Beijen is de voorzitter van de Stichting Diogenes Leiden. Het doel van Diogenes is het restaureren en in stand houden van monumenten in Leiden. Diogenes bezit onder andere de buurpanden van de Latijnse School: Lokhorststraat 18, 20 en 22. Toen de Diogenes-voorzitter  in het regionaal archief onderzoek deed naar de geschiedenis van die drie panden, zag hij dat het maar weinig had gescheeld of ze zouden zijn gesloopt. In zijn artikel beschrijft hij een actie vanuit de burgerij waardoor dat is voorkomen.

Rond 1960 zocht het Leidse gemeentebestuur naar een plaats voor een cultureel centrum. Dat centrum zou plaats moeten bieden aan de volksuniversiteit K. en O. Ook de openbare bibliotheek zou er zo mogelijk een plaats moeten krijgen. Gekozen werd voor het bouwblok tussen de Pieterskerkgracht, de Lokhorststraat en de Schoolsteeg. Dat betekende dat Lokhorststraat 18, 20 en 22 moesten worden gesloopt. Het waren verkrotte oude huisjes, voor een deel in gebruik als pakhuis en voor een deel gekraakt. Ze stonden wel op de voorlopige monumentenlijst van het Rijk.

In december 1966 stelde de gemeenteraad geld beschikbaar voor de sloop van de Lokhorststraatpanden. Er was maar één tegenstemmer. Daarna bleef het een paar maanden stil, maar in april 1967 verscheen een open brief met felle protesten. De ondertekenaars keerden zich niet alleen tegen dit sloopplan, maar ook tegen andere ontwikkelingen in de binnenstad. Ze noemden allerlei voorbeelden van ontsierende nieuwbouw en vonden dat het autoverkeer te veel ruimte kreeg.

Opvallend geluid

Het was een opvallend geluid. Nog maar vijf jaar eerder had de gemeenteraad unaniem plannen vastgesteld voor een ingrijpende sanering van de binnenstad en voor de aanleg van autowegen dwars door de stad. Door geldgebrek was er nog weinig terechtgekomen van de uitvoering van die plannen. Ondanks de felle toon van de open brief werd hij in de gemeenteraad begripvol ontvangen. Volgens Laurens Beijen kan daarbij een rol hebben gespeeld dat er onder de ondertekenaars diverse vooraanstaande hoogleraren waren. Maar ook leek bij veel raadsleden inmiddels het besef te zijn doorgebroken dat er zorgvuldiger moest worden omgesprongen met het historisch erfgoed van de stad.

In juni 1967 was er een vriendelijk gesprek tussen het gemeentebestuur en de briefschrijvers. De gemeente legde zich erbij neer dat de Lokhorststraatpanden op de monumentenlijst bleven staan en dus niet konden worden gesloopt. Voor het cultureel centrum werd een andere plaats gezocht en gevonden. In 1973 werd de Stichting Diogenes opgericht. De eerste daad van Diogenes was het restaureren van de panden aan de Lokhorststraat. Het artikel van Laurens Beijen is te vinden op de website van Diogenes: www.diogenes-leiden.nl.

Share this...
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someonePrint this page

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *