Open bestuurscultuur goed voor sfeer en besluitvaardigheid

“D66 introduceerde een nieuwe vorm van besturen in het stadhuis, een open houding naar de stad haar inwoners en de (her) introduceerde een vrij debat in de raad”, zegt Jeffrey van Haaster.  Na  twee periodes als raadslid, waarvan de laatste als fractievoorzitter, kijkt hij met enig weemoed  en gepaste trots terug op zijn raadsperiodes.  Voor zijn verdienste kreeg hij van een jury van oud-raadsleden en journalisten een oeuvreprijs. 

Van Haaster kwam in maart 2010 op een restzetel in de raad. De 10-de zetel voor D66, die toen onder leiding stond van Paul van Meenen, thans Tweede Kamerlid. “Wij hadden allemaal het zelfde gevoel, het roer in de raad moet om”, zegt Van Haaster.  “Vóór die tijd werden alle coalitieafspraken dichtgetimmerd in vuistdikke telefoonboeken. De raadsvergaderingen waren strak geregisseerde toneelstukjes waarbij de uitkomst bij voorbaat vaststond”. “Dat is sinds die tijd veranderd”, vervolgt hij. “Besluiten worden genomen met wisselende meerderheden. Er zijn weinig onderlinge afspraken, inhoud en argumenten bepalen de uitkomst van het debat”. Volgens Van Haaster kregen de Leidenaren zo daadwerkelijk invloed op het beleid. Politieke spelletjes werden afgezworen en partijen zitten elkaar niet meer dwars. Hij heeft het gevoel dat persoonlijke verhoudingen sindsdien ook sterk verbeterd zijn in het stadhuis.

Van Haaster: “Als fractievoorzitter van de grootste partij, in de huidige raad bezet D66 12 van de 39 zetels, voelde ik mij verantwoordelijk deze open manier van besturen echt te laten werken. Door goed te luisteren, elkaar iets te gunnen en op de bal te spelen en niet op de man”.

Wat heeft de stad gemerkt van de open bestuurscultuur? Van Haaster: “Door de verbeterde onderlinge  verhoudingen worden er in het stadhuis weer besluiten genomen én uitgevoerd. De binnenstad is vernieuwd, woonwijken zijn leefbaar gemaakt, een nieuwe parkeergarage gebouwd, het Singelpark is in aanleg. De zorg, jeugdhulp en arbeidsparticipatie zijn op orde gebracht”. En Van Haaster vervolgt: “Jarenlang is gesproken over zwembad, sporthal en ijsbaan en die komen er nu. Jammer dat mijn fractiegenoot Aad van der Luit dit niet meer mag meemaken”.

Met de verkiezingen op 21 maart doet in Leiden slechts één partij mee die nog niet in de raad vertegenwoordigd was. Lijst 1 t/m 8 zijn landelijke partijen. Dat is tegen de landelijke trend in omdat elders vele nieuwe (lokale) partijen naar een raadszetel dingen. Van Haaster: “Mijn verklaring hiervoor is dat de Leidenaren hun wensen, ideeën of onvrede in voldoende mate kwijt konden bij de bestaande partijen en de bestuurscultuur die D66 introduceerde, heeft daarbij zeker geholpen”.

“Ik zwaai af en wens de stad toe dat de open bestuurscultuur behouden blijft. Dé uitdaging voor de komende periode is burgerparticipatie, bijvoorbeeld bij bouwprojecten, hoog in het vaandel te houden. In het bewaken daarvan krijgt mijn opvolger een belangrijke taak”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *