Druk molenweekend in Leiden

“Met dit touw rem ik de wieken af en als die volledig tot stilstand zijn gekomen, draai ik met dat grote spaakwiel achter mij, die heet het kruirad, de kop van de molen in de wind”. Molenaar Hennie van der Lelie van ‘De Valk’ had heel wat uit te leggen op de Molendag vorige week zaterdag. Hij ontving 611 bezoekers. Onder hen Daantje (11) met zijn ouders. “Is het zwaar werk, meneer molenaar,  of gaat ‘t elektrisch? “Alles gaat met elleboogstoom”, antwoordt Van der Lelie.

Sinds 1611 staat op deze voormalige stadswal een molen. Dit is de derde molen op deze plek en die dateert uit 1743. In 1966 werd het een gemeentelijk molenmuseum. ‘De Valk’ torent 29  meter de lucht in en meet van wiekentip tot wiekentop 27 meter. Wind is zijn krachtbron en volgens eeuwenoude regels heeft de molen er récht op. Maar door stedelijke hoogbouw, met name rond het station, kwamen windbelemmeringen.

Van der Lelie vertelt dat hij in 1979 op ‘De Valk’ ging werken, vanaf deze plek 26 molens zag. De Kagerplassen, de Merenwijk bestond nog niet, en bij helder weer de duinen. ‘Zonde van uw uitzicht’, zegt Daantje meelevend.  “Ik kijk bijna nooit naar de grond”, antwoordt Van der Lelie. “Ik kijk naar de lucht, een molenaar moet altijd het weer scherp in de gaten houden”. “Een harde wind waarop onvoldoende geanticipeerd is, bijvoorbeeld door vergeten het zeil op de wieken te verminderen, kan fatale gevolgen hebben.

Een molenaar van ‘De Valk’ was in vroeger eeuwen een ondernemer met aanzien. Voor zijn dienstverlening, het malen van koren, kreeg hij goed betaald. Soms in natura, het zogenaamde scheploon. In molen “De Valk’ zijn nog de werktuigen en attributen te zien van zijn ambacht, bilhamers, graanmaten, weegschalen etc.. Ook het originele interieur van de laatste molenaar van Rhijn is te bezichtigen.

In Leiden zijn nog negen molens, een rijk erfgoed.  Eén stellingmolen ’De Valk’, één standerdmolen ‘De Put’ aan het Galgenwater, twee wipmolens Maredijkmolen en Kikkermolen; drie ronde stenen grondzeilers, de Stadsmolen in de Merenwijk, de  Stevenshofjemolen en de Rodenburgermolen plus twee rietgedekte achtkantige molens De Herder en de houtzaagmolen van Noordman D’ Heesterboom.

De molen is geen Nederlandse vinding, in de 7 e eeuw stonden al molens in het Midden Oosten, water op te malen uit het woestijnzand. De molen kwam in de 12 eeuw naar ons land, wij hadden te veel water.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.