Studentenleven bloeit in gemeenschappelijke studentenhuizen

“Dit is mijn familie, wij wonen samen op de 9 e etage van het studentenhuis aan de Rijn en Schiekade”, zegt Jeroen Salden. “Omdat wij een leefgemeenschap vormen, hoeven wij in corona tijd geen 11/2  meter afstand te bewaren”. Salden (19) is de promotor van het manifest dat volgende week aan de gemeenteraad wordt aangeboden met het pleidooi meer gemeenschappelijke studentenhuizen te bouwen. Anders verdwijnt een prachtig stukje studentencultuur, vreest hij.

door Hans Schuurman

De studentenhuis cultuur wordt volgens hem bedreigd omdat steeds meer studio-appartementen gebouwd worden, een zit- slaapkamer, keukentje en natte ruimte en mét een eigen voordeur. Met een eigen entree kom je in aanmerking voor huursubsidie. De studenten aan de Rijn en Schiekade betalen € 288 huur voor hun 12 vierkante meter zit- slaapkamer en per etage gemeenschappelijke ruimten, zoals huiskamer, keuken, douche en toilet. Hun horizontale studentenhuis voor 16 jonge mensen heeft een gezamenlijke voordeur.  Door de huursubsidie zijn de woonkosten voor beide typen woongelegenheden ongeveer gelijk, zo rond de € 300 per maand. “Maar er is wel één groot verschil”, aldus Salden, gezelligheid”.

Het aantal (gemeenschappelijke) studentenwoningen slinkt terwijl het aantal één kamer woningcomplexen groeit. Ook in Leiden worden steeds meer studio’s gebouwd en minder studentenhuizen. Tevens worden verouderde gemeenschappelijke studentenhuizen, een ‘fusie’ in de studententaal, na de renovatie niet zelden getransformeerd in éénkamerwoningen. De fusie aan de Rijn en Schiekade dateert van 1965.

Broers en zussen

Volgens Salden is studeren niet alleen zo snel mogelijk je studiepunten vergaren, je master bul halen en de arbeidsmarkt opgaan om geld verdienen. Bij studeren hoort ook ‘t student zijn. Vrienden maken, misschien wel vrienden voor het leven”. Salden: “Voor sommige studenten is zo‘n studio perfect, schoon en netjes en gezelligheid, die kun je opzoeken”. “Maar een groot deel van de studenten vindt het volgens hem fijner in een studentenhuis te wonen, omdat het er bijna altijd gezellig is. En Salden vervolgt: “De meeste jongeren gaan op hun 18e op kamers, maar volwassen zijn ze nog lang niet. Het is dan goed in een huis te gaan wonen waar je het laatste beetje maatschappelijke opvoeding meekrijgt”.

“Ik zie mijn huisgenoten als broers en zussen die mij helpen met de stad ontdekken, me meenemen naar de universiteit bibliotheek en kennis laten maken met hun favoriete kroeg”. “Plus de morele steun, niet te vergeten, voegt hij er aan toe, empathie en opvang op verdrietige momenten, zoals bemoedigen bij examenstress en verdriet en vreugde delen”.

“Ons manifest roept op voor meer ‘fusie studentenhuizen en – complexen’, wat een rijk studentenleven mogelijk maakt voor hen die daar voor kiezen. Help studenten de fusie in! Voor ondersteuning handtekeningen bezoek: https://www.petities.com/signatures_print.php?petition_id=305946

In een reactie onderschrijft de gemeente dat fusieruimtes belangrijk zijn, in het bijzonder voor de jongerejaars- studenten die hun weg in Leiden nog moeten vinden. Zij vindt het belangrijk dat er een goede balans bestaat tussen zelfstandige studentenwoningen en niet zelfstandige woningen. Zij meent dat die balans tussen onzelfstandige (61%) en zelfstandige huisvesting (39%) vooralsnog goed is. De gemeente blijft hieraan aandacht besteden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *