Racisme overblijfsel uit ons slavernijverleden?

Het slavernijverleden in Zuid-Amerika en de Leidse geschiedenis zijn nauw vervlochten. Deze pijnlijke constatering volgt onder andere uit het onderzoek naar de zakelijke activiteiten van de Leidse lakenhandelaar en -fabrikant Daniel van Eijs (1688-1739). Van Eijs had vier plantages in Berbice, een voormalige Nederlandse kolonie nabij Suriname. Dinsdag dienden GroenLinks, PvdD en PvdA een voorstel in om het Leids slavernijverleden jaarlijks te herdenken en de afschaffing, 150 jaar geleden in 2023, te vieren in dat jaar.

door Hans Schuurman

Waarom deze inktzwarte bladzijden in ons geschiedenisboekje herdenken en vieren? Voor herbezinning, herschrijven van de geschiedenis, te verklaren dat zoiets van die tijd was of te vergoelijken? Worden schuldigen aangewezen en compensatie geëist voor geleden smart en aangedaan onrecht?

De eerste indiener van het voorstel, Gebke van Gaal (GroenLinks), wil in ieder geval allereerst een degelijk historisch onderzoek naar Leidens’ rol van in de slavernij. Informatie over ons slavernijverleden die breed gedeeld wordt. Samenspraak starten in de maatschappij opdat het onderwerp passende en blijvende aandacht krijgt.

Van Gaal: “Wij moeten het volledige en objectieve verhaal kunnen vertellen met historische integriteit”. “Het monster in de bek te kijken, de uitbuitingen en het racisme dat we vandaag de dag nog steeds zien, moet op tafel en de aandacht krijgen die nodig is. Voor erkenning en herkenning om ervan te leren en om breed begrip op te opbrengen voor het verdriet dat velen met zich meedragen”.

Driehoek handel

 Vergeleken met Amsterdam en Rotterdam was Leiden maar een kleine speler in de driehoek handel. Maar onze stad heeft wel degelijk een slavernijverleden. Een schip genaamd ‘Leijden’ voer tussen Nederland, Afrika en Brazilië. De lading was Leids textiel die op de West-Afrikaanse kust geruild werd voor tot slaaf gemaakte Afrikanen. De Afrikanen werden in mensonterende omstandigheden naar de Nederlandse koloniën in de Caraïben vervoerd. En vandaar werd weer suiker en koffie naar Europa verscheept. De naam ‘Leijden’ was ook de naam van een plantage in Suriname.

Bij de universiteit, die zelfde die zich later profileerde met ‘Praesidium Libertatis’, ‘bolwerk van de vrijheid’ waren wel een paar hoogleraren die zich actief inzetten voor de afschaffing van de slavernij. Aan de zelfde universiteit waren echter ook velen uitgesproken voorstander van de slavernij en slavenhandel. Uit onderzoek is gebleken dat de universiteit, het stadsbestuur en de kerken eeuwenlang geen enkele kritiek uitte op slavenhandel en slavernij. Onbekendheid ervan kon niet als verontschuldiging gelden want in de Leidsche Courant kon men indertijd regelmatig lezen over ‘slavenmagten’ die te koop waren, werden initiatieven tot afschaffing vermeld en over opstanden van tot slaaf gemaakten geschreven. Tot ver in de 19 e eeuw bleef Leiden overwegend onverschillig over deze misdaad tegen de menselijkheid.

Het onderzoek vermeld in dit artikeltje is uitgevoerd door geschiedenisstudent Sjoerd Ramackers voor de Universiteit Leiden die 1300 brieven van Daniel van Eijs onderzocht in de het gedigitaliseerde archief van Erfgoed Leiden en Museum Lakenhal.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.