Leiden herdenkt haar gesneuvelde Indië militairen

Donderdagavond werden bij het Militair Indië Monument Leiden de 26 uit Leiden afkomstige gesneuvelde militairen herdacht. Zij keerden niet terug van de ‘politionele acties’ (1946 en 1949) uit het voormalig Nederlands-Indië. Kransen werden onder andere gelegd door burgemeester Henri Lenferink alsmede Foort van Oosten en Elly Nix respectievelijk voorzitter en secretaris van de Stichting Militair Indië Monument. Een blazer van K&G blies de ‘Last Post’.

door Hans Schuurman

Voorafgaand aan de plechtigheid sprak Frank Werter, zoon van Jan Werter, een van de oprichters van het monument in 1999. Hij vertelde over de impact op zijn leven en dat van zijn familie van de teruggekeerde Indië-militairen. Ook de recente bekladding van het monument in juni kwam ter sprake.

‘Een afscheid zonder thuiskomst’, staat op het ‘Indië-monument’.  Op de gedenksteen ernaast de 26 namen van Leidse jongens, die niet terugkwamen. Op de bovenrand van het monument een rijtje mannenfiguren, éen lege plaats overlatend die een gesneuvelde kameraad symboliseert.

Deze militaire acties werden door de Nederlandse regering geen oorlog maar verhullend ‘politionele acties’ genoemd. Een benaming die de pijnlijke werkelijkheid van een bloedige koloniale oorlog probeerde te maskeren. De legitimiteit van de oorlog indertijd houdt de ‘jongens’ van toen, nu negentigers, nog steeds bezig. Op een Leidse veteranen dag in de Hooglandse Kerk luidt hun mening onverbloemd: “Zonder af te doen van het respect voor onze gesneuvelde strijdmakkers, die politionele actie was een foute koloniale oorlog”.

Canadezen van Indië.

Aanvankelijk hadden de troepen die naar ‘Ons Indië’ gestuurd met het oogmerk het land te bevrijden van de Japanse bezetter. Toen de Japanners recapituleerden, werden de militairen echter ingezet tegen Indonesische onafhankelijkheidsstrijders. Met de idee de Canadezen van Indië te worden, werden zij bestrijders van een vrijheidsoorlog. Vier jaar duurde de militaire aanwezigheid van Nederland in Indonesië. In het totaal werden 200.000 militairen ingezet waarvan circa 6.000 militairen het leven lieten. De gedemobiliseerde militairen keerden gedesillusioneerd terug, oogsten geen waardering van het thuisfront, zonder fatsoenlijke (eind) afrekening, laat staan begrip of psychisch begeleiding ter verwerking van de oorlogsgruwelen die zij hadden meegemaakt óf soms ook (mede) veroorzaakt hadden.

Frans Werter, zoon van oud-Indiëganger typeert zijn vader als iemand met ‘onrust’ in z’n hoofd. Mijn vader kon of wilde niet praten over de oorlogservaringen, hetgeen invloed had op ons gezin, vertelt hij. Mijn vader voelde zich bedrogen en probeerde zijn onverwerkte gevoelens te verdringen op een spirituele manier of met alcohol.

In juni dit jaar werd het Indië monument met paarse verf beklad en tot ‘beeldenstorm’ opgeroepen. ‘Eer wordt betoond aan moordenaars’, stond te lezen. Nabestaanden van de veteranen hechten aan behoud van de herdenkingsplaats. Deze twee uiteenlopende standpunten roepen de vraag op of het oorlogsgeweld in Indonesië en de nagedachtenis van gesneuvelde, misleide soms gedwongen, jonge mannen die voor hun land streden, bij het monument beter in evenwicht gebracht kunnen worden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.